MARC MENDELSON
Een kunstenaar en een gentleman
Medeoprichter van de “Jonge Belgische Schilderkunst” (1945–48)
Een kunstenaar en een gentleman
Medeoprichter van de “Jonge Belgische Schilderkunst” (1945–48)
Marc Mendelson (Londen 1915 – Brussel 2013)
Een toonaangevende figuur binnen de Belgische naoorlogse kunst
Medeoprichter van “La Jeune Peinture Belge” (Young Belgian Painters, 1945–48).
Werken in de collecties van het Solomon R. Guggenheim Museum en het Carnegie Museum of Art in Pittsburgh.
Scroll verder voor Mendelsons biografie.
Een toonaangevende figuur binnen de Belgische naoorlogse kunst
Medeoprichter van “La Jeune Peinture Belge” (Young Belgian Painters, 1945–48).
Werken in de collecties van het Solomon R. Guggenheim Museum en het Carnegie Museum of Art in Pittsburgh.
Scroll verder voor Mendelsons biografie.
“Still life with dish – Nature morte au plat” (1948)
Olie op doek, 130 x 166 cm
Tentoonesteld in het Paleis voor Schone Kunsten Brussel, Biënnale van Venetië 1948, Museum Den Haag 1949,
“Jeune Peinture Belge” Keulen 1950, Museum Oostende 1995
Beschikbaar, bel 02 539.23.09 of mail naar [email protected]
Olie op doek, 130 x 166 cm
Tentoonesteld in het Paleis voor Schone Kunsten Brussel, Biënnale van Venetië 1948, Museum Den Haag 1949,
“Jeune Peinture Belge” Keulen 1950, Museum Oostende 1995
Beschikbaar, bel 02 539.23.09 of mail naar [email protected]
De kunstenaar in zijn atelier aan de Charleroisesteenweg in Brussel, 1948.
Foto door Roland d’Ursel
Foto door Roland d’Ursel
“Still life on blue background” (1948), olie op doek, 80 x 100 cm
Deze fijne natuurstudie werd geschilderd kort voordat de kunstenaar begin jaren 1950 de overstap naar abstractie maakte.
VERKOCHT
Deze fijne natuurstudie werd geschilderd kort voordat de kunstenaar begin jaren 1950 de overstap naar abstractie maakte.
VERKOCHT
Tentoonstelling van Rudolf Meerbergen, Marc Mendelson en Jan Cox
Salle Lamorinière, Meir, Antwerpen, 1943
Op de achtergrond een klein schilderij van een kruik door Mendelson en zijn iconische “Naakt voor een kast” (1943).
Robert Giron, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, nodigde het trio uit om in het PBA te exposeren.
Salle Lamorinière, Meir, Antwerpen, 1943
Op de achtergrond een klein schilderij van een kruik door Mendelson en zijn iconische “Naakt voor een kast” (1943).
Robert Giron, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, nodigde het trio uit om in het PBA te exposeren.
“Still life with shells and (the same) jug” (1943), olie op doek, 70 x 88 cm, monogram “M” rechtsboven
Deze “metafysische” natuurstudie werd in 1947 geëxposeerd in Buenos Aires (vermelding op de achterkant).
Beschikbaar, bel 02 539.23.09 of mail naar [email protected]
Deze “metafysische” natuurstudie werd in 1947 geëxposeerd in Buenos Aires (vermelding op de achterkant).
Beschikbaar, bel 02 539.23.09 of mail naar [email protected]
“My brushes – Mes pinceaux” (1944), olie op doek
Verkocht. Privécollectie, Londen
Verkocht. Privécollectie, Londen
“The lantern” (1946), olie op doek
VERKOCHT
VERKOCHT
“Reclining nude” (1946), olie op doek
Tentoongesteld op het “Salon de Mai”, Parijs, 1947
VERKOCHT
Tentoongesteld op het “Salon de Mai”, Parijs, 1947
VERKOCHT
Marc Mendelson in de Group 2 Gallery in 2003
“Lying Nude” (1946), pentekening, 36,5 x 45 cm
Beschikbaar
Beschikbaar
“Still life with lemons” (1947), olie op doek
Verkocht. Privécollectie, Londen
Verkocht. Privécollectie, Londen
“Portrait of Jan Cox” (1948), potloodtekening
Beschikbaar
Beschikbaar
“Self portrait” (1951), pentekening
VERKOCHT
VERKOCHT
“Deadly nightshade” (1952), olie op doek, 155 x 180 cm
Collectie van het Carnegie Museum of Art, Pittsburgh
Collectie van het Carnegie Museum of Art, Pittsburgh
“Black, white & yellow” (1952), olie op doek, 180 x 63,5 cm
Collectie van het Solomon R. Guggenheim Museum, New York
Collectie van het Solomon R. Guggenheim Museum, New York
“Dazzling divination – Divination fulgurante” (1955), olie op doek
Verkocht. Collectie van KBC Bank
Verkocht. Collectie van KBC Bank
“The tenuous feeding on black – Le ténu se nourrissant de noir” (1956), olie op doek
Tentoonstellingen: Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 1958; Joven Pintura Belga, Madrid, 1962;
Carnegie Institute, Pittsburgh Museum of Art, 1964–65
VERKOCHT
Tentoonstellingen: Paleis voor Schone Kunsten, Brussel, 1958; Joven Pintura Belga, Madrid, 1962;
Carnegie Institute, Pittsburgh Museum of Art, 1964–65
VERKOCHT
“Fetish landscape” (1961), olie op doek
VERKOCHT
VERKOCHT
“Red magma” (1965), olie op doek
VERKOCHT
VERKOCHT
“Prehistoric vegetation” (1962), olie op doek
VERKOCHT
VERKOCHT
Mendelson in zijn geliefde Catalonië, 2000
Marc Mendelson op zijn huldetentoonstelling ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag in de Group 2 Gallery, 2000
Monumentale muurschildering “Happy Metro to You” in het Brusselse metrostation Parc, 1974
Marc Mendelson en Odette Collon, twee leden van de “Young Belgian Painters”,
in de Group 2 Gallery voor een werk van medelid Gaston Bertrand
in de Group 2 Gallery voor een werk van medelid Gaston Bertrand
Marc Mendelson werd in 1915 in Londen geboren uit een Belgische vader en een Engelse moeder. Het gezin verhuisde in 1922 naar Antwerpen. Hij studeerde aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten van 1934 tot 1939. In 1943 bezocht Robert Giron een tentoonstelling van Mendelson en de kunstenaars Rudolf Meerbergen en Jan Cox in Galerie Lamorinière in Antwerpen, en hij nodigde het trio uit om te exposeren in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Mendelson blonk uit in het schilderen van portretten en metafysische stillevens die doen denken aan het “magisch realisme” van Giorgio de Chirico. Datzelfde jaar werd Mendelson door de Duitsers gearresteerd en enkele maanden gevangen gehouden. Na zijn vrijlating, mede dankzij de hulp van zijn vriend Jan Cox, werd Mendelson in 1945 een van de stichtende leden van de avant-gardegroep “Jeune Peinture Belge” – “Young Belgian Painters”, gepromoot door Robert Delevoy, directeur van Galerie Apollo, en door mecenas René Lust. Tot 1948 slaagde de JPB erin tentoonstellingen te organiseren in Brussel, Parijs, Den Haag, Stockholm, Zürich, Milaan, Oxford en zelfs in Caïro en Alexandrië. Mendelson nam vervolgens deel aan de Biënnale van Venetië in 1948 en 1956, aan de Biënnale van São Paulo in 1951 en aan tentoonstellingen van het Carnegie Institute in Pittsburgh in 1952. Hij nam deel aan Younger European Painters: A Selection (1953–54) in het Guggenheim Museum. Datzelfde jaar kreeg hij de opdracht om muurschilderingen te maken voor het Kursaal van Oostende, en samen met zijn collega van de Jeune Peinture Belge, Louis Van Lint, voor het Canterbury-restaurant in Brussel. In 1951 werd Mendelson professor aan de “École nationale supérieure d’architecture et des arts décoratifs La Cambre” in Brussel. In 1953 ontdekte hij Palamós in Catalonië en bracht vanaf dat moment meerdere maanden per jaar door aan zijn geliefde Costa Brava. Tijdens de jaren 1950 werd Mendelsons werk steeds abstracter. Begin jaren 1960 experimenteerde hij met variaties in oppervlak en matiérisme — Mendelson gaf de voorkeur aan de term “reliëfschilderijen” — waarbij materialen zoals zand, modder of cement werden gemengd met dikke impasto en op het doek aangebracht, een techniek die ook door Jean Dubuffet en Antoni Tàpies werd gebruikt. Midden jaren 1960 keerde Mendelson terug naar de figuratie, waarin hij humanoïde figuren schilderde met een vleugje Engelse humor. In 1974 kreeg hij de opdracht om het monumentale werk Happy Metro to You te realiseren voor het metrostation Parc in Brussel. Grote retrospectieves van zijn werk vonden plaats in het Museum voor Moderne Kunst in Oostende in 1995 en in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel in 2010. In 2000 organiseerde Group 2 Gallery een huldetentoonstelling ter gelegenheid van zijn 85ste verjaardag. Mendelson overleed in Brussel in 2013 op 97-jarige leeftijd.
Vroege jaren en vorming van een abstracte en materieschilder
Marc Mendelson werd in 1915 in Londen geboren en overleed in 2013 in Brussel. Hij groeide op in Antwerpen en studeerde aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van 1934 tot 1939. Al vroeg toonde hij een dubbele gerichtheid, enerzijds het stilleven en het portret, anderzijds de constructieve ordening van vorm en ruimte. Dat tweesporenonderzoek bereidde zijn verschuiving naar abstractie voor en verklaart tegelijk de poëtische helderheid van zijn figuratieve jaren, waarin object en vlak steeds meer tot structurele spanningen worden herleid.
In 1943 exposeerde Mendelson met Rudolf Meerbergen en Jan Cox in Galerie Lamorinière in Antwerpen. De tentoonstelling trok de aandacht van Robert Giron, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten, die het trio uitnodigde om in het PSK in Brussel tentoon te stellen. Kort daarop werd Mendelson door de Duitse bezetter gearresteerd en enkele maanden opgesloten. Na zijn vrijlating, mede dankzij de tussenkomst van Jan Cox, koos hij resoluut voor een hedendaagse beeldtaal waarin observatie, constructie en experiment elkaar versterken, iets wat zijn latere ontwikkeling blijvend zou sturen.
In 1945 stond Mendelson mee aan de wieg van “De Jonge Belgische Schilderkunst”. De groep, gepromoot door Robert Delevoy, directeur van Galerie Apollo en mecenas René Lust, positioneerde de Belgische scène in een internationaal netwerk en opende deuren naar grote biënnales en musea. Wat Mendelson blijvend onderscheidt, is zijn consequente behandeling van het schilderij als geconstrueerde ruimte, of het nu gaat om een metafysisch stilleven, een portret of een abstracte compositie die de zichtbare wereld vervangt door ritme en verhouding.
In 1943 exposeerde Mendelson met Rudolf Meerbergen en Jan Cox in Galerie Lamorinière in Antwerpen. De tentoonstelling trok de aandacht van Robert Giron, directeur van het Paleis voor Schone Kunsten, die het trio uitnodigde om in het PSK in Brussel tentoon te stellen. Kort daarop werd Mendelson door de Duitse bezetter gearresteerd en enkele maanden opgesloten. Na zijn vrijlating, mede dankzij de tussenkomst van Jan Cox, koos hij resoluut voor een hedendaagse beeldtaal waarin observatie, constructie en experiment elkaar versterken, iets wat zijn latere ontwikkeling blijvend zou sturen.
In 1945 stond Mendelson mee aan de wieg van “De Jonge Belgische Schilderkunst”. De groep, gepromoot door Robert Delevoy, directeur van Galerie Apollo en mecenas René Lust, positioneerde de Belgische scène in een internationaal netwerk en opende deuren naar grote biënnales en musea. Wat Mendelson blijvend onderscheidt, is zijn consequente behandeling van het schilderij als geconstrueerde ruimte, of het nu gaat om een metafysisch stilleven, een portret of een abstracte compositie die de zichtbare wereld vervangt door ritme en verhouding.
Van constructie naar reliëf
Vanaf het einde van de jaren ‘40 balanceert Mendelson tussen geconstrueerde figuratie en een groeiend vertrouwen in het vlak. Monumentale stillevens als “Stilleven met schaal” 1948 tonen hoe vormen tot spanningsvelden worden herleid, met kleur en ritme als dragende elementen die het kijktempo bepalen. De stap naar non-figuratie in de vroege jaren 1950 is geen radicale breuk, maar een consequente reductie van dezelfde principes die reeds in de figuratieve periode aanwezig waren, waardoor zijn oeuvre als één doorlopende zoektocht oogt.
Rond 1951 evolueert zijn werk naar abstracte reeksen waarin lange, vertikale en horizontale segmenten de zichtbare wereld vervangen. Werken als “Black, white & yellow” en “Deadly nightshade” laten zien hoe kleur, proportie en richting een architectuur van het vlak vormen. Het schilderij wordt een helder en muzikaal raster dat de blik leidt en timing in het kijken introduceert, met spanningen tussen dichtheid en ademruimte die pas bij traag kijken volledig oplichten.
In het begin der jaren ‘60 experimenteert Mendelson meer en meer met materie, o.m. met een nieuwe soort verf “underpainting white” uit de VS. Hij spreekt liever over reliëfschilderijen dan over textuur of materieschilderijen. Zand, aarde of cement worden vermengd met impasto tot een schilderhuid (huid) die het licht opvangt en breekt. Deze reliëfwerken vertonen affiniteiten met kunstenaars als Jean Dubuffet en Antoni Tàpies, zonder hun eigen luciditeit te verliezen. Midden jaren ‘60 schildert hij opnieuw de menselijke figuur, met humanoïde gestaltes waarin Engelse humor, picturale discipline en een tastbare huid samenvallen en het oppervlak zelf deel van de voorstelling wordt.
Rond 1951 evolueert zijn werk naar abstracte reeksen waarin lange, vertikale en horizontale segmenten de zichtbare wereld vervangen. Werken als “Black, white & yellow” en “Deadly nightshade” laten zien hoe kleur, proportie en richting een architectuur van het vlak vormen. Het schilderij wordt een helder en muzikaal raster dat de blik leidt en timing in het kijken introduceert, met spanningen tussen dichtheid en ademruimte die pas bij traag kijken volledig oplichten.
In het begin der jaren ‘60 experimenteert Mendelson meer en meer met materie, o.m. met een nieuwe soort verf “underpainting white” uit de VS. Hij spreekt liever over reliëfschilderijen dan over textuur of materieschilderijen. Zand, aarde of cement worden vermengd met impasto tot een schilderhuid (huid) die het licht opvangt en breekt. Deze reliëfwerken vertonen affiniteiten met kunstenaars als Jean Dubuffet en Antoni Tàpies, zonder hun eigen luciditeit te verliezen. Midden jaren ‘60 schildert hij opnieuw de menselijke figuur, met humanoïde gestaltes waarin Engelse humor, picturale discipline en een tastbare huid samenvallen en het oppervlak zelf deel van de voorstelling wordt.
Thema’s en reeksen: van metafysische stillevens tot reliëfs en figuren
Het stilleven was voor Mendelson een laboratorium. De kruik, de schaal en de schelpen uit de jaren ‘40 functioneren als proefopstellingen voor evenwicht, contour en kleur. In “Still life on blue background” en “Still life with shells and jug” worden objecten dragers van ruimte, alsof ze de architectuur van het schilderij openleggen en de toeschouwer uitnodigen om het beeld als constructie te lezen.
In de abstracte periode verschuift het accent naar de energie van het vlak. Vertikale stroken, scherpe onderbrekingen en gesloten kleurvelden creëren een spanningsveld. De titels suggereren soms een innerlijke kosmologie, zoals “Divination fulgurante” of “Le ténu se nourrissant de noir”, waarin licht en donker, dichtheid en leegte met elkaar in dialoog gaan. Die werken functioneren als partituren waarin kleur en richting de noten zijn.
De reliëfschilderijen en latere figuren verbinden tast en blik. Wanneer materie opbolt en verzinkt, wordt kijken tactiel en krijgt de “huid” van het schilderij een eigen dramaturgie. De terugkeer van de figuur is geen nostalgie, maar een volgende variatie op hetzelfde thema, de verhouding tussen aanwezigheid, structuur en huid, waardoor de mens als vorm opnieuw een meetlat voor picturale ordening wordt.
In de abstracte periode verschuift het accent naar de energie van het vlak. Vertikale stroken, scherpe onderbrekingen en gesloten kleurvelden creëren een spanningsveld. De titels suggereren soms een innerlijke kosmologie, zoals “Divination fulgurante” of “Le ténu se nourrissant de noir”, waarin licht en donker, dichtheid en leegte met elkaar in dialoog gaan. Die werken functioneren als partituren waarin kleur en richting de noten zijn.
De reliëfschilderijen en latere figuren verbinden tast en blik. Wanneer materie opbolt en verzinkt, wordt kijken tactiel en krijgt de “huid” van het schilderij een eigen dramaturgie. De terugkeer van de figuur is geen nostalgie, maar een volgende variatie op hetzelfde thema, de verhouding tussen aanwezigheid, structuur en huid, waardoor de mens als vorm opnieuw een meetlat voor picturale ordening wordt.
Tentoonstellingen, netwerken en collecties
Mendelson was een sleutelfiguur van de naoorlogse Belgische kunst. Met de “Jonge Belgische Schilderkunst” stelde hij tussen 1945 en 1948 tentoon in Brussel, Parijs, Den Haag, Stockholm, Zürich, Milaan, Oxford, Caïro en Alexandrië. Hij nam deel aan de Biënnale van Venetië in 1948 en 1956 en aan de Biënnale van São Paulo in 1951. In 1952 volgde een uitnodiging van het Carnegie Institute in Pittsburgh en in 1953 tot 1954 nam hij deel aan de Younger European Painters in het Guggenheim Museum, wat zijn internationale positie verder verstevigde.
Naast het tentoonstellingscircuit vervulde Mendelson verscheidene publieke opdrachten. Hij realiseerde muurschilderingen voor het Kursaal in Oostende en, samen met Louis Van Lint, voor restaurant Canterbury in Brussel.
In 1974 volgde het monumentale werk “Happy Metro to You” in metrostation Park, een speels icoon in het Brusselse stadsweefsel dat zijn zin voor maat, kleur en publieke dialoog illustreert.
Zijn werk is vertegenwoordigd in toonaangevende collecties, waaronder het Solomon R. Guggenheim Museum in New York en het Carnegie Museum in Pittsburgh. Retrospectieve tentoonstellingen vonden plaats in het Museum van Moderne Kunst in Oostende in 1995 en in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel in 2010. Daarnaast vervulde hij een belangrijke pedagogische rol vanaf 1951 als professor zeefdrukkunst in het Instituut Terkameren, waardoor generaties kunstenaars zijn nuchtere precisie, materiaalsensibiliteit en aandacht voor constructie meekregen.
Group 2 Gallery houdt het oeuvre van Marc Mendelson levend via tentoonstellingen, private viewings en collectiebegeleiding. Beschikbare werken, van metafysische stillevens en vroege abstracties tot reliëfschilderijen en latere figuratieve werken, worden zorgvuldig gedocumenteerd met herkomst en literatuur. Neem contact op voor actuele beschikbaarheid, discreet aankoop- of verkoopadvies en een selectie op maat.
Naast het tentoonstellingscircuit vervulde Mendelson verscheidene publieke opdrachten. Hij realiseerde muurschilderingen voor het Kursaal in Oostende en, samen met Louis Van Lint, voor restaurant Canterbury in Brussel.
In 1974 volgde het monumentale werk “Happy Metro to You” in metrostation Park, een speels icoon in het Brusselse stadsweefsel dat zijn zin voor maat, kleur en publieke dialoog illustreert.
Zijn werk is vertegenwoordigd in toonaangevende collecties, waaronder het Solomon R. Guggenheim Museum in New York en het Carnegie Museum in Pittsburgh. Retrospectieve tentoonstellingen vonden plaats in het Museum van Moderne Kunst in Oostende in 1995 en in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Brussel in 2010. Daarnaast vervulde hij een belangrijke pedagogische rol vanaf 1951 als professor zeefdrukkunst in het Instituut Terkameren, waardoor generaties kunstenaars zijn nuchtere precisie, materiaalsensibiliteit en aandacht voor constructie meekregen.
Group 2 Gallery houdt het oeuvre van Marc Mendelson levend via tentoonstellingen, private viewings en collectiebegeleiding. Beschikbare werken, van metafysische stillevens en vroege abstracties tot reliëfschilderijen en latere figuratieve werken, worden zorgvuldig gedocumenteerd met herkomst en literatuur. Neem contact op voor actuele beschikbaarheid, discreet aankoop- of verkoopadvies en een selectie op maat.


